
Op deze natuurwandeling kijken we naar het voorkomen van planten en vogels in verschillende habitats, trends in de loop der tijd en waar mogelijk ook de ecologische betekenis. Wageningen was ooit een vestingstad met stadsmuren, wallen, poorten, een kasteel en grachten. Daar is nog steeds wat van te zien en dat maakt het stadscentrum tot een interessant gebied, zowel historisch als ecologisch. Wageningen heeft daarnaast met de uiterwaarden een belangrijk stuk Natura 2000 onder zijn beheer. De hoop leeft dat het Porseleinhoen en de Kwartelkoning hier ooit weer gaan broeden. Afhankelijk van de tijd (en het weer) maken we ook een uitstapje naar de uiterwaarden.
Natuur in de stad is niet zo goed beschermd als de Natura 2000 gebieden (grote delen van de Veluwe, de uiterwaarden van de Nederrijn), maar er is een groeiend besef van het belang ervan. Het gaat immers om een gezonde leefomgeving. Die vraagt om voorwaarden te scheppen zodat ‘gewone’ soorten ook algemeen blijven. Dat heet tegenwoordig Basiskwaliteit van de Natuur. De stad herbergt steeds meer soorten die vroeger algemeen waren op het platteland, maar om bekende redenen daar zijn gedecimeerd. De gemeente Wageningen heeft een plan ontwikkeld waarmee het de omgeving aantrekkelijk wil maken voor inheemse soorten, ook in de bebouwde kom.
Het stadsmilieu heeft twee kanten, een dynamische en een verstilde. Die dynamiek is te zien aan allerlei nieuwkomers. Het zijn vaak pioniersoorten die wel tegen een beetje verstoring of uitdagende omstandigheden (droogte, hitte) kunnen. Ze komen meestal uit warmere streken, want in de stad is het immers warmer dan op het platteland. De meeste komen hier niet uit zichzelf maar door menselijke invloed (tuinen, handel, verkeer). Zo kennen we de Muurfijnstraal uit Midden-Amerika, gekomen in de jaren ‘90. Hij bedekt de muren langs de stadsgracht massaal. Er is ook de Liggende majer uit Zuid-Amerika, die zich sinds 2011 heeft gevestigd tussen de stenen aan de voet van de Grote Kerk.
Tegelijkertijd bergen oude muren een flora die gebaat is bij stabiliteit, zoals Muurvaren en Steenbreekvaren. Daarbij kan Muurvaren, bij wijze van uitzondering onder de varens, ook goed tegen de zon. Steenbreekvaren zie je juist aan de schaduwkant. De meest bijzondere plant van Wageningen staat bij de kasteelruïne in het Torckpark. Het is de Pijlscheefkelk, een zwaar beschermde soort die voorkomt op oude stadsmuren en kalkhellingen. Hij is in september weliswaar uitgebloeid, maar de rozetten zijn goed herkenbaar. We zoeken hem op!