Eind mei kwam ik op een bospad op het ONO een jonge boommarter tegen.
Het diertje zat op de grond, en kon nauwelijks kruipen. Omdat ik geen idee
had of het hier ging om jeugdige hulpeloosheid of om een gewond dier heb
ik hem verder niet aangeraakt. Hij keek wel af en toe naar links en naar
rechts, waardoor ik me afvroeg of hij zijn moeder hoorde. Na het maken van
wat foto's heb ik hem achtergelaten, in de hoop dat zijn moeder hem eerder
zou meenemen dan een passerende hond.
Medewerkers van de Werkgroep Boommarters hebben vlak bij mijn
vindplaats een nestboom gevonden. Daar is mijn diertje kennelijk
uitgevallen. Dat overkomt speelse jonge boommarters wel vaker, en het
hoeft niet eens fataal te zijn. Ze vonden maar twee uitwerpselen bij het
nest, het is dus maar kort bewoond geweest. En dit voorjaar was er een
nest onder een dak aan de rand van Wageningen. Daar was het gestommel net
in deze periode opgehouden. Suggestief!
Het verschil tussen de boommarter en de steenmarter wordt besproken in
de zoogdiergids. Een goed kenmerk is de afstand tussen de oren. Bij de
boommarter past er op de kruin nog één oor tussen, bij de steenmarter is
plaats voor twee. En nu maar hopen dat het beest een poosje terugkijkt als
je hem in de gaten hebt!
De Nederlandse boommarterpopulatie telt maar 400 volwassen exemplaren.
De Werkgroep Boommarters weet de meeste ervan wel te vinden door nestbomen
in de gaten te houden, maar ze zijn erg blij met meldingen, ook van
verkeersslachtoffers. Die kun je kwijt via www.vzz.nl. Omdat het
onderscheid toch werk voor kenners is zullen ze vaak zelf nog even gaan
kijken.
Ze hebben ook een leuke brochure waar ik dankbaar uit geput heb.