Inventarisatie Laag-Wolfheze

Heelsumse Beek
(
foto's Bart Heijne)

Algemeen

De KNNV landelijk en zeker de afdeling Wageningen en Omstreken zijn actief met (onder andere) het inventariseren van natuurgebieden. Een grote kennis van een planten- of diergroep is nodig om dit succesvol te doen. Om meer leden van de KNNV afdeling Wageningen en Omstreken te interesseren voor natuurinventarisaties werd in Laag-Wolfheze een een inventarisatie gestart voor beginners. Al gauw werd ontdekt dat Laag-Wolfheze een bijzonder gebied is. Dit heeft ertoe geleid, dat het project dat startte voor beginners, is uitgemond in een gedegen natuurinventarisatie waar ook veel experts aan meededen.

Op 18 augustus 2005 is in Bilderberg Hotel Wolfheze het eindrapport en de bijbehorende brochure van de inventarisatie van de flora en fauna van het natuurgebied Laag Wolfheze door Bart Heijne uitgereikt aan de heer Bruinooge, burgemeester van Renkum, en de heer Bosch van Natuurmonumenten (klik hier voor een impressie). De gemeente Renkum heeft het natuurgebied binnen zijn grenzen en Natuurmonumenten is de eigenaar en beheerder van het gebied. In hun dankwoord zwaaiden zij de KNNV lof toe met de geleverde prestatie en benadrukten zij de waarde van de inventarisatie voor het huidige beheer en de veiligstelling van het unieke gebied in de toekomst.

 

Samenvatting inventarisatie Laag-Wolheze

In 2003 en 2004 heeft een inventarisatie plaats gevonden van planten en dieren van Laag-Wolfheze door de KNNV afdeling Wageningen en omstreken. Het gebied is geïnventariseerd door zowel ervaren als beginnende inventariseerders. De laatsten konden op deze manier onder ervaren leiding hun eerste schreden zetten op het inventarisatiepad. Bij de inventarisatie zijn 1370 soorten gevonden, waarvan meer dan tien procent bedreigd of zeldzaam voor Nederland is.

Laag-Wolfheze is een gebied van ongeveer 130 hectare dat ingeklemd ligt tussen de A50, de weg Wolfheze-Oosterbeek en de oude Utrechtseweg. Het is eigendom van, en wordt beheerd door, de verenigning Natuurmonumenten. Door het midden van het ge bied loopt van oost naar west de Heelsumse Beek. Deze beek is grotendeels omgeven door relatief vochtig bos, waarin o.a. een aantal erg oude eiken staan.. Aan weerszijden van de beek liggen een aantal gegraven sprengen, tegenwoordig meest droogstaand, en wat vennetjes en poeltjes. Naar het noorden en naar het zuiden ligt het terrein wat hoger en is het begroeid met heide en met droger bos.

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de tijdens de inventarisatie van Laag-Wolfheze in 2003 en 2004 aangetroffen soorten. Daarbij merken wij op dat er naar de onder ‘overige soorten’ genoemde groepen nauwelijks gekeken is, en naar niet op de lijst voorkomende groepen helemaal niet.

Overzicht van de in Laag-Wolfheze aangetroffen soorten, 2003-2004.

 Taxonomische groep

totaal aantal soorten

aantal Rode Lijst soorten

aantal zeldzame soorten (a)

Vaatplanten

356

15

16

Mossen

bladmossen

76

5

8

levermossen

17

1

2

korstmossen

81

7

7

Paddestoelen

247

21

18

Vogels

broedvogels

48

7

-

doortrekkers (b)

6

3

-

Aquatische macrofauna

78

1 (c)

15

Libellen

23

3

-

Dagvlinders

28

2

-

Spinnen

172

- (d)

13

Wantsen

100

- (e)

8

Graaf- en bladwespen

35

- (f)

1

overige soorten: (g)

zoogdieren

6

reptielen

6

5

amfibieën

3

hooiwagens

7

pissebedden

3

miljoenpoten

5

krekels en sprinkhanen

12

oorwormen

2

kakkerlakken

3

overige vlinders:

nachtvlinders

10

langsprietmotten

1

zakdragers

7

1

vliegen

5

vlooien

1

sluipwespen

5

1

mieren

5

bijen

1

hommels

5

wespen

1

kevers

15

Totaal

1370

69

90

 

(a) Onder 'zeldzaam' worden in deze tabel gecombineerd vrij zeldzaam, zeldzaam en zeer zeldzaam.
(b) Van doortrekkende vogels worden in het rapport slechts de meest opmerkelijke soorten genoemd. (c) Voor de meeste aquatische macrofauna groepen bestaat in Nederland geen Rode Lijst. (d) Er bestaat geen Rode Lijst voor de in Nederland voorkomende spinnen.
(e) Er bestaat geen Rode Lijst voor de in Nederland voorkomende wantsen.
(f) Er bestaat geen Rode Lijst voor de in Nederland voorkomende graaf- en bladwespen
(g) De ‘overige soorten’ zijn niet gericht geïnventariseerd en er is weinig aandacht besteed aan hun zeldzaamheid. Voor de meeste groepen bestaat bovendien geen nederlandse Rode Lijst.

 

 

Kleine vuurvlinder

Opvallend zijn de 69 Rode Lijst soorten en de 90 vrij tot zeer zeldzame soorten. Tussen deze twee groepen bestaat maar een kleine overlap en zoals reeds aangegeven mag geconcludeerd worden dat ongeveer tien procent van de 1370 op Laag-Wolfheze aangetroffen soorten bedreigd of zeldzaam is. Laag-Wolfheze bleek met name rijk te zijn aan vaatplanten (356 soorten); bladmossen (76) en korstmossen (81); aquatische macrofauna (78 soorten, met veel soorten die typisch zijn voor zure bovenlopen van beken); libellen (23 soorten, waarvan er 15 voortplantingsgedrag vertoonden: een goed en bijna intact voorbeeld van de libellengemeenschap van de centrale zandgronden van Nederland); spinnen (172); en wantsen (100 soorten, de terrestrische soorten in het algemeen kenmerkend voor de hoge zandgronden van Nederland). Verder wijzen we op de aanwezigheid van zes van de zeven in Nederland voorkomende soorten reptielen, waarvan er vijf op de nederlandse Rode Lijst staan. Bovendien is er één voor Nederland nieuwe sluipwespsoort gevonden. Voor de meeste van deze groepen is de grote diversiteit te danken aan de grote variëteit aan microhabitats, zowel in het bos als op de hei. Voor de aquatische macrofauna en de libellen hebben de beek en de andere watertjes duidelijk een grote waarde.

Voor dagvlinders en voor graaf- en bladwespen is Laag-Wolfheze geen bijzonder gebied. Dit komt waarschijnlijk vooral door de geringe aanwezigheid van nectar-leverende bloemen, de alleen in augustus bloeiende Struikheide daar gelaten.

Voor enkele van de geinventariseerde groepen is het mogelijk een gefundeerde oordeel te vellen over mogelijke veranderingen in het voorkomen van soorten gedurende de laatste tien tot veertig jaar. Bij de korstmossen zijn de stikstofminnende soorten waarschijnlijk vóóruit gegaan. De zuurminnende, op bomengroeiende korstmossen zijn qua soortenaantal nog wel talrijk, maar de populatie-omvang per soort is op zijn retour en in veel gevallen beperkt tot één enkel plukje. Bij de paddestoelen lijken de mycorrhizavormende paddestoelen achteruitgegaan te zijn, die samen leven met bomen en voor deze voedingsstoffen uit de bodem halen.. Zowel voor de korstmossen als voor de paddestoelen hangt dit vermoedelijk samen met de steeds maar doorgaande neerslag van stikstof uit de lucht.

Bij de aanwezige broedvogels waren vooral holenbroeders (Koolmees, Pimpelmees, Boomklever, Boomkruiper, Grote bonte specht) en broedvogels van loofbos met veel ondergroei (Roodborst, Fitis, Tjiftjaf) goed vertegenwoordigd, maar ook goudhaantjes (in naaldbos) en boompiepers (op hei met dennen). Een aantal minder gewone broedvogels in Laag-Wolfheze volgde de landelijke trends, met afnames van 1995 tot 2003 voor de Groene specht, Gekraagde roodstaart, Bonte vliegenvanger en Appelvink, en een toename voor de Roodbosttapuit. Ook deze afnames zijn mogelijk te wijten aan de effecten van stikstofneerslag, die geleid kan hebben tot een afname van de prooidieren van genoemde soorten (Groene specht, Gekraagde roodstaart, Bonte vliegenvanger) en tot verminderd broedsucces door een vermindering aan kalk in het diëet (Bonte vliegenvanger). De Tapuit ging overigens in Laag-Wolfheze mogelijk tegen de landelijk afname in, met 1 territorium in 2003 tegen nul in 1995.

Van de dagvlinders gaat mogelijk het Heideblauwtje op Laag-Wolfheze sterker achteruit dan landelijk. Dit kan samenhangen met het beheer van de heide (zie hieronder). De andere waargenomen Rode Lijst soort, de Heivlinder, lijkt zich niet te kunnen vestigen in Laag-Wolfheze. Dit kan eveneens samenhangen met het heidebeheer, maar ook met de relatief grote afstand tot andere heidegebieden.

Voor de spinnen kan geen historische vergelijking gemaakt worden. Onder de spinnensoorten waren er 16 waarvan de aanwezigheid in Gelderland nog niet uit de literatuur bekend was. Dit komt deels door traagheid m.b.t. het publiceren van eerdere waarnemingen, maar zeker ook door de intensiteit waarmee in 2003-2004 in Laag-Wolfheze naar spinnen is gezocht. Ook bij de wantsen werden door het intensieve inventariseren een achttal bijzonder soorten gevonden, op een totaal van 100.

Op basis van de inventarisatieresultaten wordt een aantal beheersaanbevelingen gedaan, voor bos, hei, beken en sprengen, andere wateren en overige biotopen. Soms zijn deze aanbevelingen in strijd met elkaar voor verschillende soortengroepen. In het algemeen wordt dat ook aanbevolen dat de belangrijks biotopen niet uniform beheerd worden, maar op een manier die de variatie doet toenemen. Vooral een gevarieerde heide, met ook oude stukken en open plekken, wordt voor bijna alle soorten groepen aanbevolen. Uiteraard moet dit gebeuren binnen de grenzen van wat in een situatie als die van Laag-Wolfheze min of meer natuurlijk is. Voor een deel vindt dit gedifferentieerde beheer nu ook al plaats, maar mogelijk zullen toch weer meer hekken en meer waterpunten voor het vee aangelegd moeten worden. Voor het beheer van de Heelsumse Beek is één van de aanbevelingen unaniem dat het schonen liefst handmatig moet gebeuren, en als het even kan gefaseerd. Daarbij zouden een aantal zijtakken jaren lang met rust moeten worden gelaten.


Kleverig koraalzwammetje
Rapport:
Brouwer J & van Dam D (red.) 2005. Inventarisatie van flora en fauna van Laag-Wolfheze in 2003 en 2004. Uitgave KNNV afdeling Wageningen en Omstreken, 139 pp.

Brochure:
Brouwer j, van Dam D & heijne B (red.) 2005. De natuur van Laag-Wolfheze . Impressies van twee jaar inventariseren van het natuurmonument Laag-Wolfheze. KNNV Wageningen.


 

bovenkant pagina

laatste wijziging: 10-03-2007