Planten
Bij de ontwikkeling van het park van kaal zand naar
de huidige begroeiing hebben pioniersoorten plaats gemaakt voor de meer
vaste bewoners. Een opmerkelijk resultaat is dat vanuit de vier in 1995
met wilde bloemen ingezaaide "entgebiedjes" het elders
ingezaaide raaigras is verdrongen door de thans aanwezige flora.
De floristische diversiteit en kwaliteit zijn vanaf
1997 tot 2006 duidelijk toegenomen. In 1997 werden er al 160 soorten
geteld, maar dit aantal is gestaag gegroeid tot 238 in 2006. Er werden
41 zeldzame tot vrij zeldzame soorten gevonden waarvan 17 van de Rode
Lijst en daarnaast nog 6 van de voormalige Rode Lijst. Vooral aan deze
soorten ontleent het park zijn betekenis voor in Nederland bedreigde
soorten. Het iets kalkhoudende zand is daarbij van grote betekenis.
Vooral eind juni is het gebied een lust voor het oog
door de overvloed aan paars van Rietorchissen in combinatie met het vele
geel van de Grote ratelaar .
Mossen
De verscheidenheid aan biotopen op het terrein maakt
dat relatief veel soorten zijn gevonden. Het aantal soorten is van 1997
tot 2006 toegenomen van in totaal 15 naar in totaal 41 waaronder thans 5
levermossen. Ook hier is een verschuiving geconstateerd van de
pioniersoorten naar de meer vaste gasten. Er zijn geen soorten van de
Rode Lijst gevonden, maar wel een aantal zeldzame tot vrij zeldzame
soorten. Gewoon puntmos werd met kapsels gevonden; dit is normaliter bij
slechts 1-5% van de waarnemingen van deze soort het geval.
Vogels
De inventarisatie was gericht op broedvogels. Daar
bij inventarisaties niet naar nesten wordt gezocht behoeft niet elk
territorium een broedgeval te betekenen. Van 33 soorten werden
territoria vastgesteld; 2 minder dan in 2001. Het aantal territoria nam
echter flink toe, van 89 naar 119. De opgaande lijn werd daarmee
voortgezet.
Nieuwe soorten ten opzichte van voorgaande jaren
waren de Grauwe Gans, met maar liefst drie broedparen, de Matkop en –
lang verwacht - de IJsvogel. Verdwenen soorten, die in alle voorgaande
jaren aanwezig waren, zijn Torenvalk, Fazant en Staartmees.
Naast de broedvogels werden veel leuke waarnemingen
gedaan van andere vogels waaronder Dodaars, Houtsnip, Watersnip en
Putter. Regelmatig werden Hazen en molshopen gesignaleerd, maar een
Wezeltje was toch wel heel bijzonder.
Vlinders
In totaal werden 16 soorten dagvlinders gezien met in
totaal 649 exemplaren waarbij Bruin zandoogje met 253 en Klein koolwitje
met 215 exemplaren de boventoon voerden. De Bruine vuurvlinder, een
soort van de Rode Lijst, werd als nieuwkomer gesignaleerd. In de extreem
droge maand juli waren in de meeste vlieggebieden nog nauwelijks
nectarplanten en dus vlinders aanwezig, maar in het KvL-park waren zij
nog volop. Mogelijk heeft het park dus als een toevluchtsoord
gefunctioneerd voor vlinders uit de omgeving.
Sprinkhanen
Acht soorten werden waargenomen waaronder twee
nieuwkomers. Hoewel de komst van nog enkele nieuwe soorten werd verwacht
was het toch een goed resultaat voor dit kleine gebied.
Conclusies en aanbevelingen
Gezien de resultaten van de afgelopen elf jaren wordt
geadviseerd het huidige beheer voort te zetten. Dat wil zeggen in mei de
vegetatie maaien op de zwarte grond en in september het gehele gebied
waarbij de frequentie op een aantal plaatsen wordt verlaagd tot één
maal in de twee jaar.
Van belang is dat de opslag van bomen en struiken zo
goed mogelijk wordt verwijderd. Achter de rietkraag is de opslag zodanig
intens geworden dat het geplande "plukken" vòòr de komende
maaibeurt in september 2007 een goede oplossing lijkt. De elders op het
terrein opkomende zaailingen jaarlijks blijven afknippen is
noodzakelijk.
De omvang van de rietkraag zou niet verder moeten
uitdijen. Een doorbraak naar het water kan een aantal pioniers nieuwe
kansen geven.
Het open houden van de vijver en het laag houden van
de struiken op het eiland is voor de vogels van groot belang. De steile
wand geeft Oeverzwaluw en IJsvogel een goede nestgelegenheid. Het steeds
verder afkalven van het eiland is erg jammer. Het voorkomen daarvan zou
een goede zaak zijn, want door afkalving ging dit jaar waarschijnlijk
het eerste nest met jongen van de IJsvogel verloren.
Het meer verspreid snoeien in de bosranden zou minder
ingrijpend zijn voor de daar voorkomende vogels.
De verzamelplaats voor maaisel heeft tot verspreiding van minder
gewenste planten geleid. Het zou prettig zijn deze ergens anders te
situeren of compacter te houden.
Het zou aanbeveling verdienen om in 2007 het 12½
bestaan van het park te "vieren" met een grote onderhoudsbeurt
rond de vijver en daarvoor binnenkort de plannen te smeden.
Rapport
Voor meer Voor meer informatie over de inventarisatie
wordt verwezen naar het rapport:
Waterschap Vallei & Eem en KNNV afdeling
Wageningen en Omstreken, 2006. Het Kees van Lohuizenpark op de RWZI Ede
in 2006. Een inventarisatie van natuurwaarden.